bron-vio

deel 2, Inspirerend Presenteren

Tip 6: Bereid je voor.

Bedenk goed wat je wilt vertellen. Zorg ervoor dat het doel van je verhaal voor jezelf en je publiek duidelijk is: waarom vertel je dit? Maak een zeer korte samenvatting van je verhaal: Als je je verhaal niet in 4 zinnen kunt samenvatten, ben je te wollig. Nog een voordeel van het samenvatten van je verhaal in maximaal vier zinnen: je hebt meteen stof voor je eerste tell ( zie blog 1 over presenteren)

Tip 7: Kijk naar je belemmerende overtuigingen.

Ieder mens heeft overtuigingen die hem of haar niet helpen, de zogenaamde belemmerende overtuigingen. Ik kan dat toch niet, ik ga blozen, ik ga heel moeilijke vragen krijgen, mensen haken af. Dit zijn maar een paar van de belemmerende overtuigingen die je kunnen bespringen. De meest gebruikte strategie is om dit soort overtuigingen weg te drukken. Net als een strandbal die je onder water duwt. Een tijdje gaat dat goed, en opeens schiet de strandbal onder je hand vandaan en komt ergens met een plof naar boven. Ook je weggedrukte overtuiging steekt waarschijnlijk op een zeer ongewenst moment de kop op. Neem je belemmerende overtuiging serieus: ga eens zitten en schrijf op wat er in je opkomt. Bekijk op je gemak en met belangstelling welke belemmeringen je eigenlijk hebt. En ga daarna aan de slag met helpende overtuigingen.

Bijvoorbeeld: een belemmerende overtuiging is: ik ga blozen. Ik schrijf het op en bekijk het. Klopt het? Ja, het klopt, ik bloos wel eens. Hm, lastig! Probleem! Aan dat blozen is niets te doen. Maar ik kan ook bedenken: zelfs als ik bloos, kan ik goed mijn verhaal doen. Of, nog mooier: juist doordat ik bloos, zien mijn toehoorders dat ik een mens van vlees en bloed ben en kan ik hen dus beter raken. Nu heb ik mijn helpende overtuiging te pakken.

Tip 8: Omgaan met verstoring

Bedenk van tevoren wat je wilt gaan doen als mensen bijvoorbeeld te laat binnen komen. Wil je wachten met je presentatie, tot iedereen binnen is? Of wil je juist op tijd beginnen? Wil je dat mensen zaken uit je presentatie delen via Twitter of andere social media, of wil je juist dat de telefoons uit staan? Wil je dat mensen vragen stellen tijdens je presentatie, of wil je de vragen bewaren tot het einde?

In je eerste tell, kun je je voorwaarden stellen met betrekking tot deze onderwerpen. Vraag daarna of je toehoorders zich daarin kunnen vinden.

In mijn presentatie wil ik ingaan op hoe we onze klanttevredenheid naar een 8 willen krijgen. Ik heb daarvoor ongeveer 15 minuten nodig, en ik zou het fijn vinden als de telefoons werden uitgezet. Is dat oke, wat jullie betreft?

Tip 9: Betrek je publiek

Het nadeel van een verhaal afdraaien, is dat je gemakkelijk je publiek kwijtraakt. Er zijn talloze manieren om je publiek in je presentatie te betrekken. Veel gebruikt is: vragen stellen. Herkennen jullie dit? Wat ook goed werkt is je publiek in tweetallen kort te laten overleggen over een vraag. Je kunt natuurlijk ook meer out-of-the-box denken en bijvoorbeeld een klein kadootje uitdelen.

Tip 10: Creeer nooit je eigen verstoringen.

Een veelgemaakte fout is, dat mensen zich verschuilen achter hun powerpoint. Je bent als mens vele malen interessanter dan welke powerpoint dan ook, dus beperk de slides tot een minimum. Nog een verstoring: je hand-out. Als je die uitdeelt vlak voor of tijdens je presentatie, werk je in de hand dat mensen gaan lezen en niet meer met hun aandacht bij jou zijn. Tenslotte is een bekende verstoring: te lang doorgaan. De meeste mensen staan niet graag voor een groep. Maar ALS ze er eenmaal staan, zijn ze niet meer weg te branden. Ik noem dat: “het podium plakt” Liever een te korte presentatie, waarbij mensen nog van alles willen weten, dan een veel te uitgebreide, waarin je publiek al in slaap is gevallen.....

Wat zijn jouw belemmerende overtuigingen? En kun je daar een helpende overtuiging naast zetten? Als je daar hulp bij kunt gebruiken: stuur een mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Problemen bij Presenteren. En de antwoorden.

Wat zijn de valkuilen bij presenteren? Deelnemers gaven antwoord op deze vraag. In dit blog de vragen inclusief de antwoorden.

Valkuil: ik vind interactie tijdens de presentatie vaak lastig.

Antwoord: bepaal van tevoren hoe jij de interactie wilt hebben. Dat betekent dat je er over na moet denken of je tijdens je presentatie geïnterrumpeerd wilt worden, of dat je voor vragen een apart moment wilt inbouwen. Beiden hebben voor- en nadelen. Geef duidelijk aan hoe jij het voor je ziet aan het begin van je presentatie. Bijvoorbeeld: deze presentatie duurt ongeveer 10 minuten, na afloop van de presentatie is er ruimte voor vragen.

Valkuil: ik ben te enthousiast en hierdoor kom ik soms wat onrustig of overdreven over.

Antwoord: let expliciet op je ademhaling. Als je een lage (buik) ademhaling hebt, zal je spreektempo ook iets zakken. Vaak is het zo dat snelle praters ook snel en oppervlakkig ademen. Of er wordt op onlogische momenten geademd, omdat je te weinig lucht hebt. Hierdoor krijgt de toehoorder een benauwd gevoel en komt je presentatie onrustig over.

Valkuil: ik betrek het publiek te weinig, waardoor het soms meer op een monoloog dan op een presentatie lijkt.

Antwoord: Zorg in eerste instantie voor oogcontact met je gehele publiek. Dat lijkt makkelijker dan het is, want vooral de mensen in de hoeken komen er vaak bekaaid van af. Formuleer in je voorbereiding een aantal vragen die je aan je toehoorders kunt stellen, zodat ze met jou of met elkaar kunnen overleggen en hun gedachten kunnen vormen over een bepaald onderwerp.

Valkuil: ik ben onzeker bij een presentatie en hierdoor word ik zenuwachtig.

Antwoord: ieder mens heeft belemmerende gedachten In jouw geval: ik word zenuwachtig, of ik ben onzeker. Deze gedachte is er en het helpt niet om die weg te drukken. Net als een strandbal die je onder water duwt, zal die opeens weer opploppen. Wat wel helpt is om je bewust te zijn van je belemmerende gedachten en er expliciet een helpende gedachte tegenover te stellen. Dit is een gedachte die voor jou persoonlijk helpt om de belemmerende gedachte te neutraliseren of om te buigen. In dit geval zou dat bijvoorbeeld kunnen zijn: iedereen is wel eens zenuwachtig, dus ik ben hier mens onder de mensen. Of ik voel me onzeker, maar ik ben zo goed voorbereid dat ik dit niet uitstraal

Valkuil: ik ben bang dat ik mensen de les lees, in plaats van ze te motiveren tijdens mijn presentatie.

Antwoord: mensen voelen zich gemotiveerd door een inspirerend voorbeeld. Als jij dat inspirerende voorbeeld bent, hoef je niemand de les te lezen, want mensen zullen je volgen omdat ze dat zelf willen. Vergelijk hierbij de uitspraak over het leren vissen, of het leren verlangen naar de zee....

Valkuil: ik vind het moeilijk om te beginnen en de aandacht van het publiek te krijgen.

Antwoord: wees je ervan bewust of je ‘’aan” of “uit” staat. Als je “aan” staat, ben je alert en op het publiek gericht. Je kunt dan elke seconde aan je presentatie beginnen. Sta je “uit” dan ben je met andere dingen bezig, bijvoorbeeld met het aansluiten van je laptop. Dan heeft het publiek ook geen aandacht voor jou, of je moet een reuzencharisma hebben.