bron-vio

Nut en noodzaak van ervaringsgericht werken

Vaardigheden leren, (on)mogelijk?

Vier voorbeelden van verdieping in ontwikkeling via ervaringsgericht werken.

Elke bedrijfstraining is erop gericht om meer vaardigheden aan te leren. Als dat gaat om ‘technische zaken’, zoals bijvoorbeeld het aanleren van een nieuw computerprogramma zijn vaardigheden voldoende.

In een aantal onderwerpen is het aanleren van vaardigheden alleen niet genoeg. Bijvoorbeeld als het gaat om het communiceren met medewerkers, klanten, leerlingen. Natuurlijk kun je een stappenplannetje krijgen hoe je de kans op succes zo groot mogelijk maakt. Toch blijkt in de praktijk dat alleen een stappenplan te weinig is om daadwerkelijk succes te behalen.

In een training is het daarom van belang om ook jezelf goed te leren kennen, zodat je weet waar bij jou specifiek de hobbels zitten over het betreffende onderwerp.

Voorbeeld 1:

Een ICT er verliest zijn baan. Hij is heel actief op zoek naar ander werk en solliciteert regelmatig. Omdat het een introverte man is , vindt hij het lastig om zijn verhaal goed over de bühne te krijgen. Hij heeft niet genoeg aan alleen een training over presenteren. Hij zal bij zichzelf te raden moeten gaan waar hij een gevoel van passie van krijgt. Ook introverte mensen kunnen in vuur en vlam staan voor een bepaald onderwerp. We deden een ervaringsgerichte oefening om dat vuur te vinden. Toen we dat gevonden hadden, bleek dat de ICTer een bevlogen verhaal kon vertellen op zijn eigen rustige manier. Deze manier deed recht aan zijn manier van doen, maar haakte ook aan bij de nieuwe werkgever die meer zag dan alleen een timide man. Binnen 2 maanden na dit traject had de ICTer een nieuwe baan.

Voorbeeld 2:

Een docent wordt als erg streng beschouwd en heeft al meerdere klachten gehad. Zelf vindt ze die strengheid wel meevallen. Via ervaringsgericht werken komen we erachter dat deze docent ook heel streng is tegen zichzelf. Van kinds af aan heeft ze haar eigen boontjes moeten doppen en ze heeft weinig begeleiding gehad en alles zo’n beetje zelf uit moeten zoeken. Daar is ze heel stevig van geworden, een mooie kwaliteit! De mindere kant hiervan is dat ze zichzelf, maar daardoor ook de ander, vaak streng benaderd. Toen ze wat milder voor zichzelf kon zijn (zonder zichzelf overigens te pamperen), werd ze ook toegankelijker voor de leerlingen. De resultaten van de leerlingen bleven goed, maar de klachten verminderden drastisch.

Voorbeeld 3:

Met een medewerker van een zorginstelling werkte ik aan het ontdekken van de eigen aandacht. Is de aandacht binnen, buiten of verbonden? Deze medewerker kwam erachter dat zij soms met de aandacht binnen is, en daardoor cliënten niet of niet goed hoort. Als ze merkt dat haar aandacht binnen is, heeft ze via ervaringsgericht werken geleerd om deze aandacht naar buiten om te buigen en zodoende meer contact te hebben met cliënten.

Voorbeeld 4:

Een leidinggevende heeft soms het gevoel dat hij over zich laat lopen. Hij wil niet te streng zijn, en vindt dat medewerkers zelf ook wel weten wat wel of niet kan. Ook na het maken van afspraken met sommige medewerkers gaat dit wel eens mis. Via ervaringsgericht werken, geeft de leidinggevende zijn grens aan. Er komen dan een aantal vragen voorbij: is de grens voor de ander duidelijk? Stopt de ander inderdaad op de plek die de leidinggevende aangeeft, of schuift de grens stiekem een beetje op? Nadat dit voor de leidinggevende duidelijk is geworden, snapt hij de technische kant van grenzen stellen veel beter en weet hij ook wanneer hij die grenzen duidelijk neer moet zetten en bij welke medewerker. Hij houdt het goede contact met de medewerkers, maar neemt ook zichzelf serieus.

Ervaringsgericht werken en lichaamsgericht werken zijn vormen van werken waarbij de wijsheid van het lichaam wordt gebruikt. Zo maak ik de combinatie tussen hoofd, hart en handen. ( weten, voelen en doen) en gebruikt de deelnemer het totaalpakket dat hij of zij in huis heeft.

Orde en structuur, deel 2

4 Er is een bepaalde mate van hiërarchie nodig in een klas. Een van de wetten uit het systemisch werk is hiërarchie. Wie is de leider, wie komt daarna en daarna? Tijdens de therapeutische opleiding die ik gevolgd heb, moesten we eens op volgorde van leiderschap gaan staan, zonder te spreken. Het duurde een tijd, maar op een gegeven moment hadden we een rij met een kop en een staart, waarbij iedereen tevreden was met zijn of haar plek. Dit heeft mij heel veel inzicht opgeleverd. Het leek altijd dat er maar 1 goede plek was, de eerste! Dat klopte niet! Degene die als laatste stond, was in balans en gaf aan dat dit precies de juiste plek was voor haar. Mochten er in jouw leven zaken zijn die hiërarchie lastig maken, dan zou je daar eens naar kunnen kijken. Zeker gezien in systemisch licht, levert dat een hoop nieuwe inzichten op.

5. Steun geven en krijgen. Bij lesgeven heb je steun nodig van je collega’s en leidinggevenden. Ook in het onderwijs heb je nou eenmaal Rekkelijcken en Preciezen. Het kan zijn dat een collega een heel andere stijl van lesgeven heeft als jijzelf. Toch is het belangrijk deze persoon tegen leerlingen niet af te vallen. Je ondermijnt het gezag van je collega als je die persoon wel afvalt tegenover leerlingen. Natuurlijk kun je altijd in gesprek gaan met een collega, maar hou je neutraal tegenover leerlingen.

6. Heb lol in je werk. Probeer eens iets anders uit, zo houd je je werk voor jezelf leuk! We kennen allemaal de uitgebluste personen in winkels, bij balies of instellingen die er helemaal geen zin meer in lijken te hebben. Bij zulke mensen wil je niet te lang in de buurt zijn, en als het om een winkel of iets dergelijks gaat, ben je ook snel weg. Maar een leerling kan niet weg en zal toch het hele lesuur voor je neus zitten. Zorg ervoor dat de leerling een leuk uitzicht heeft. En dan bedoel ik niet dat je je volgens de laatste mode moet kleden.

7. Stel je aannames over leerlingen bij. Er zijn van die types die altijd wel wat hebben te zeuren. Maar laat het nou net gebeuren dat die leerling af en toe ook een heel interessante vraag kan stellen. Denk daarbij altijd aan Anna! Anna is de ideale leerlinge en zij staat voor: altijd navragen nooit aannemen. Dit is handig als je normaal gesproken aan een half woord genoeg hebt. Of als je gezichtsuitdrukkingen erg snel interpreteert. Stel eens een vraag over wat de ander beweegt. Zou leuk zijn als het een open vraag was.....

Meer artikelen...

  1. Orde en structuur