bron-vio

Problemen bij Presenteren. En de antwoorden.

Wat zijn de valkuilen bij presenteren? Deelnemers gaven antwoord op deze vraag. In dit blog de vragen inclusief de antwoorden.

Valkuil: ik vind interactie tijdens de presentatie vaak lastig.

Antwoord: bepaal van tevoren hoe jij de interactie wilt hebben. Dat betekent dat je er over na moet denken of je tijdens je presentatie geïnterrumpeerd wilt worden, of dat je voor vragen een apart moment wilt inbouwen. Beiden hebben voor- en nadelen. Geef duidelijk aan hoe jij het voor je ziet aan het begin van je presentatie. Bijvoorbeeld: deze presentatie duurt ongeveer 10 minuten, na afloop van de presentatie is er ruimte voor vragen.

Valkuil: ik ben te enthousiast en hierdoor kom ik soms wat onrustig of overdreven over.

Antwoord: let expliciet op je ademhaling. Als je een lage (buik) ademhaling hebt, zal je spreektempo ook iets zakken. Vaak is het zo dat snelle praters ook snel en oppervlakkig ademen. Of er wordt op onlogische momenten geademd, omdat je te weinig lucht hebt. Hierdoor krijgt de toehoorder een benauwd gevoel en komt je presentatie onrustig over.

Valkuil: ik betrek het publiek te weinig, waardoor het soms meer op een monoloog dan op een presentatie lijkt.

Antwoord: Zorg in eerste instantie voor oogcontact met je gehele publiek. Dat lijkt makkelijker dan het is, want vooral de mensen in de hoeken komen er vaak bekaaid van af. Formuleer in je voorbereiding een aantal vragen die je aan je toehoorders kunt stellen, zodat ze met jou of met elkaar kunnen overleggen en hun gedachten kunnen vormen over een bepaald onderwerp.

Valkuil: ik ben onzeker bij een presentatie en hierdoor word ik zenuwachtig.

Antwoord: ieder mens heeft belemmerende gedachten In jouw geval: ik word zenuwachtig, of ik ben onzeker. Deze gedachte is er en het helpt niet om die weg te drukken. Net als een strandbal die je onder water duwt, zal die opeens weer opploppen. Wat wel helpt is om je bewust te zijn van je belemmerende gedachten en er expliciet een helpende gedachte tegenover te stellen. Dit is een gedachte die voor jou persoonlijk helpt om de belemmerende gedachte te neutraliseren of om te buigen. In dit geval zou dat bijvoorbeeld kunnen zijn: iedereen is wel eens zenuwachtig, dus ik ben hier mens onder de mensen. Of ik voel me onzeker, maar ik ben zo goed voorbereid dat ik dit niet uitstraal

Valkuil: ik ben bang dat ik mensen de les lees, in plaats van ze te motiveren tijdens mijn presentatie.

Antwoord: mensen voelen zich gemotiveerd door een inspirerend voorbeeld. Als jij dat inspirerende voorbeeld bent, hoef je niemand de les te lezen, want mensen zullen je volgen omdat ze dat zelf willen. Vergelijk hierbij de uitspraak over het leren vissen, of het leren verlangen naar de zee....

Valkuil: ik vind het moeilijk om te beginnen en de aandacht van het publiek te krijgen.

Antwoord: wees je ervan bewust of je ‘’aan” of “uit” staat. Als je “aan” staat, ben je alert en op het publiek gericht. Je kunt dan elke seconde aan je presentatie beginnen. Sta je “uit” dan ben je met andere dingen bezig, bijvoorbeeld met het aansluiten van je laptop. Dan heeft het publiek ook geen aandacht voor jou, of je moet een reuzencharisma hebben.

Share