bron-vio

Coachen op de werkvloer

Naar aanleiding van het vorige blog over de verschillende reacties die kunnen komen na feedback, hier een blog over coachen op de werkvloer. Het komt voor dat er na de feedback gezegd wordt: ‘ik begrijp je feedback wel, maar ik heb geen flauw idee hoe ik dat aan zou moeten pakken.’

Laatst zeiden deelnemers tegen mij: ‘ik ben geen therapeut, hoe moet ik dat nou aanpakken?’ Om een ander te coachen hoeft niemand therapeut te zijn, maar er zijn wel twee kwaliteiten die een therapeut heeft, die je zou kunnen inzetten op zo’n moment:

  1. De ander weet het antwoord, dus laat hem of haar dat zelf bedenken. Maar al te vaak geven we al tips wat de ander zou kunnen doen. Zelfs als dit precies de tip zou zijn waar de ander wat aan heeft, is het toch waardevoller als het uit hem of haar zelf komt.
  2. Stiltes laten vallen. Als de ander na moet denken over een vraag, gun hem of haar dan de tijd. Dit is voor heel veel mensen lastig.

Bij coachen is het GROW model een handig stappenplan.

G=Goal. Hier bepaal je het doel. Ik gebruik even een voorbeeld uit de zorg dat ik laatst tegenkwam met een groep.

Er is afgesproken dat er verschillende metingen worden gedaan bij cliënten in een zorginstelling. Te denken valt aan bloeddrukmetingen, urinestrippen na een blaasonsteking etc. Na een anti-bioticumkuur moet er na 3-4 dagen altijd ‘gestript’ worden om te kijken of de ontsteking weg is. De opvolging van deze afspraak is rommelig. De een doet het wel, de ander niet. Dan zijn er ook nog die tegen anderen zeggen dat het niet meer hoeft. In dit voorbeeld is een verzorgende die het moeilijk vindt om tegen een goedgebekte collega ( we noemen haar Heidi) in te gaan. Zij zegt vaker dat bepaalde dingen niet hoeven, terwijl de verzorgende uit ons voorbeeld eigenlijk beter weet. Het doel zou dan kunnen zijn: ik wil tegen Heidi in gaan.

R=Reality. Hier kijk je naar wat er in het hier en nu leeft, met betrekking tot het doel. Meestal is dit een hobbel, omdat er anders allang was in gegaan tegen Heidi.

Ik vind het moeilijk om tegen Heidi in te gaan, omdat ik geen ruzie met haar wil.

O=options. Welke mogelijkheden zie je om oplossingen te vinden voor je moeilijkheden? De bedoeling is dat je hier flink doorvraagt, want je wilt minstens 3 verschillende opties horen. Het idee erachter is dat het eerste wat iemand zegt, niet altijd ook het beste is. En bij wat langer nadenken komen er vaak meer en soms betere ideeën naar boven.

Ik zou kunnen zeggen dat ik haar waardeer, maar dat ik het niet altijd met haar eens ben.

Ik zou Petra om tips kunnen vragen, die heeft ook altijd een grote mond, maar met haar durf ik het wel.

Ik zou een assertiviteitstraining kunnen gaan doen.

W= What/when ( soms ook will) . bij deze stap bepaal je welke van de opties je gesprekspartner toe wil gaan passen, en wanneer. Zo zorg je ervoor dat er ook actief aan de slag wordt gegaan met datgene dat je besproken hebt.

Share