Web
Analytics

De Zorg 2

Meneer K.  is een eigenzinnige man. Hij loopt het liefst de hele dag in zijn pyjama en die zit ook regelmatig vol met vlekken, maar daar geeft hij niet om. Hij gaat graag op zijn blote voeten op het balkon staan, een ook binnen vindt hij blootsvoets lopen het prettigst.  Ik zie hem in januari buiten in de wind in zijn pyjamaatje en op blote voeten op het balkon staan, waar de wind hem bijna uit zijn jasje blaast. Als hij weer binnenkomt, flap ik eruit: “ O, ik krijg het helemaal koud van u”. Daar is hij helemaal niet van gediend, en zegt gedecideerd: “ Daar kan ik niets aan doen, mevrouw!” “Daar heeft u helemaal gelijk in", zeg ik en hij ontdooit een klein beetje. Nog steeds wat nors gaat hij bij me in de buurt zitten en hij zegt kortaf : “Waar kent u me eigenlijk van?” Ik vertel het hem heel neutraal.

Het echte verhaal is dat ik behoorlijk van hem geschrokken ben. Een van de taken die ik hier heb, is om het horeca-personeel te begeleiden. Om hen wat meer te ontzien en tijd te maken om werk-gesprekken te voeren, hielp (en help) ik regelmatig mee met het bezorgen van het ontbijt op de kamers. Op een dag kwam ik bij meneer K. binnen en hij lag lijkbleek op zijn rug in bed. Ik zag geen ademhaling en hij reageerde niet op mijn stem. Als je in een woon-zorg centrum werkt, kan het natuurlijk gebeuren dat iemand overlijdt. En dat schoot door mijn hoofd, nadat ik hem drie keer behoorlijk duidelijk geroepen had en verteld dat ik voor het ontbijt kwam. Net toen ik me stond af te vragen wat ik nu het beste kon doen, schoten zijn mond en ogen open en hij haalde een heel diepe teug lucht naar binnen. We schrokken er allebei van!

Ik was ervan overtuigd dat hij zachtjes aan het wegglijden was, voordat ik binnenkwam. Maar toen ik dit verhaal vertelde aan een horeca-medewerker zei ze: “O, dat doet hij altijd, ik heb dat al veel vaker meegemaakt”. Ongelooflijk! Ik was er met boter en suiker ingetrapt. “Deze man MOET iets creatiefs gedaan hebben”, dacht ik. Misschien is hij acteur geweest, of kunstenaar. In combinatie met het eigenzinnige en deze ‘practical joke’ leek me dat een uitgemaakte zaak. Maar ook heb ik geleerd dat we nooit moeten aannemen, maar altijd navragen. De volgende keer dat ik ontbijt bij hem kwam brengen, was hij wakker. En we maakten een praatje en hij vertelde over de mooie lampen die hij had hangen, die van een ouderwetse trein kwamen. “ Bent u machinist geweest?” kopte ik in. “Nee!, schilder” zei meneer K. “Aha, kunstschilder?” Ik dacht dat mijn aanname misschien toch wel klopte. Maar daar stak meneer K. een stokje voor: “Nee joh, huisschilder!!”

Dit vertel ik hem allemaal maar niet als hij vraagt waar ik hem van ken. Wel zeg ik dat ik al een aantal keer ontbijt heb gebracht en dat hij zulke mooie lampen heeft. Nu begint hij definitief te stralen en zijn hele defensieve houding is weg. “ Mooi zijn ze, he?”

0
0
0
s2sdefault