Kortaf

Ze vindt het zo lastig als mensen kortaf doen. Desgevraagd zegt ze dat zelf ook wel eens kortaf is. 'Ik ben altijd heel rustig", zegt ze. "Dus van mezelf ben ik al niet zo’n klets." We praten over extraversie en introversie. Zij is wat introverter, en zit minder makkelijk op haar praatstoel. Misschien was dat bij die man die kortaf was ook wel zo.

We bespreken een aantal gesprekstechnieken en die zetten we in een stappenplan:

  1. Vertel de reden dat je deze persoon wilt spreken
  2. Geef aan hoelang je denkt dat het gaat duren
  3. Vraag of deze persoon daar tijd voor heeft
  4. Als de persoon kortaf blijft en je voelt je er comfortabel bij, kun je dit bespreken: ‘klopt het dat je wat kortaf klinkt?’

We hebben het erover welke gedachte er bij haar opkomt, als iemand kortaf is: "Die persoon zit niet op mij te wachten", zegt ze. Dit is een duidelijk voorbeeld van een belemmerende gedachte. We kijken samen naar een helpende gedachte. Dat vindt ze nog niet makkelijk, er volgt een lange stilte. Ik zeg:

  • als je denkt ‘die persoon zit niet op mij te wachten’ dan heeft dat allerlei gevolgen. Namelijk: ik stel maar geen vragen meer, ik stop dit gesprek zo snel mogelijk, enzovoort. Klopt dat?
  • Ja, dat klopt
  • Welke helpende gedachte kun je daar dan tegenover zetten?

En nu volgt er een heel interessant stroomschema, dat heb ik nog niet eerder voor iemand gemaakt. Het zag er zo uit:

 

Die persoon zit niet op mij te wachten

 

                      

 
 

   Heb ik het stappenplan gevolgd?

   

Ja

  Nee  

                  Voel ik me

Comfortabel?

alsnog doen en waar voel ik me comfortabel

        

 

Ja: ik vraag door het op kortaf zijn

  Nee:Ik laat het bij hem, want ik heb het gesprek netjes aangepakt.