Bij een persoonlijke training van een zorgmedewerker:

We bespreken een casus waarin de dochter van een bewoner vragen heeft over haar moeder. De start van het gesprek gaat als volgt:

  • ik maak me zorgen
  • waar maakt u zich zorgen om?
  • Om mijn moeder
  • Wat is er dan aan de hand?
  • Ik heb het idee dat ze achteruit gaat
  • Wat heeft u dan aan haar gemerkt?
  • Ze klaagt veel over pijntjes en ze eet ook niet meer zo goed.

Heel goed van haar om zoveel doorvragen te stellen, want zo komt ze achter wat er aan de hand is. En zo investeert ze in de relatie. En zo wekt ze vertrouwen, want ze is rustig en neemt de tijd. Het kostte haar wel enige moeite, want ze heeft nu 3 keer een vraag gesteld, en was bang dat ze dit in 1 keer had moeten begrijpen. Maar het alternatief is dat ze gaat invullen voor een ander, en dat is nooit een goed idee.Vandaar de term NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander.

Als de dochter specifiekere vragen gaat stellen, gaat ze hakkelen en weet ze niet goed wat ze moet zeggen. Ik vraag waar dit aan ligt. En dan komen er allerlei redenen:

  • ik ben geen verpleegkundige
  • ik ben “maar” nivo 2
  • ik weet het niet zeker
  • straks gaat de dochter hele ingewikkelde dingen vragen
  • straks zeg ik iets niet goed

Heel voorstelbaar, maar ik bespreek met haar dat zij de professional is, en dagelijks met deze bewoner in de weer, dus ze weet heel veel. Als we het eens rustig uitpluizen, komen we op:

  • ik vind haar ook een beetje achteruit gaan
  • ik kan de huisarts bellen om er eens naar te kijken, want ik weet dat bewoners die iets onder de leden hebben,bijvoorbeeld een blaasontsteking, soms anders reageren
  • ik begrijp dat de dochter zich zorgen maakt, maar dit kan ook nog wel verbeteren.
  • Vanmorgen heb ik nog erg gelachen met mevrouw.

Heerlijk voor de dochter als ze al deze dingen kan benoemen, wat een warme betrokkenheid en liefde spreekt eruit!

Wheel of Consent in de Zorg

Ik kwam in aanraking met de Cirkel van Overeenkomst, (Wheel of Consent) van Betty Martin. Zij heeft dit model ontwikkeld vanuit haar werk als relatie-en intimiteitscoach. Zodoende is het dus heel praktisch als het gaat om wel of niet instemmen in bijvoorbeeld een seksuele relatie.

Nu ik al een tijd rondloop in de ouderenzorg en daarin ook de Wet Zorg en Dwang van kracht is gegaan, ben ik dat model ook vanuit die hoek gaan bekijken. Het model bespreekt de kant van de gever en van de ontvanger. Wie wil wat, wie is de gever en voor wie is het?

Geven betekent: je neemt actie voor het welbevinden van de ander. Maar geven heeft verschillende aspecten. Soms is geven iets dat je doet voor de ander, je bent dan dienend aan de ander. Maar het komt ook vaak voor dat je geeft, terwijl je daar zelf erg van geniet. Je bent dan in meerdere mate voor jezelf bezig als voor de ander. Dit is een heel belangrijk verschil en niet altijd gemakkelijk te maken. Soms hebben mensen niet door dat datgene dat zij geven eigenlijk voor zichzelf is. Maar je herkent misschien onderstaande converstatie wel:

  • wil je een kopje thee?
  • Nee, dank je
  • Maar ik heb het speciaal voor jou gezet
  • O, nou doe dan maar.

In dit korte voorbeeld is de thee de gift, maar aan het einde van het gesprekje kun je je afvragen wie hier de gever en wie de ontvanger is. Ontvangen betekent: je hebt voordeel van de gift van de ander. Toestaan betekent: je sta toe dat de ander jou iets geeft voor diens plezier. In bovenstaande voorbeeld sta je het kopje thee toe.

Zoiets dergelijks kan ook wel in de zorg voorkomen. Veel ouderen vinden het lastig om aan te geven dat ze iets niet willen, en zijn vaker dan je denkt in het kwadrant “ toestaan” Dat kan verwarrend zijn. Jij, als zorgmedewerker denkt dat je geeft en dat de bewoner daarmee automatisch in ontvangen zit. Dit is dus niet zo. Als de bewoner in toestaan zit, voelt het voor de bewoner óók als een gift, namelijk aan jou als zorgmedewerker. Op deze manier ontvangt niemand iets.

We gaan er vaak vanuit dat de ander in het tegenoverliggende kwadrant zit, maar dat hoeft zeker niet altijd zo te zijn. Daarom is het belangrijk om helder te communiceren over wat je wilt en wat de consequenties zijn. Dan ben je het eens over wat er gebeurt. Soms is de ander in geven en veronderstelt dat de ander in ontvangen zit, maar de ander zit in toestaan, zij laat het toe en daarom voelt zij het geven meer als nemen.

Ben je buiten de cirkel van instemming, dan zit je in de schaduwzijden. Daar zitten de mensen die het lastig vinden om nee te zeggen, bijvoorbeeld door afhankelijk te zijn. Dit gaat makkelijk mis als je niet goed weet wat je doet en ervan uitgaat dat de ander het wel zegt als die het niet meer prettig vindt. Zeker in de ouderenzorg merk ik dat bewoners op leeftijd het erg moeilijk vinden om aan te geven wat ze niet prettig vinden. Dit heeft te maken met leeftijd: vroeger was men blijkbaar niet zo gewend om tegen dingen in te gaan. Niet klagen, maar dragen. Maar het heeft ook te maken met een machtsongelijkheid. Vaak zijn bewoners (onbewust) bang dat ze mindere of geen zorg meer krijgen als ze klagen. Ook hier dient de zorgmedewerker zich erg bewust van te zijn.