Web
Analytics

Weigeraar

Gisteren in de groep een deelnemer die niet wilde oefenen. Na mijn vraag wat de ervaringen waren met oefenen, kwam ze hier meteen mee. Niet dat ze vervelende ervaringen had, maar ze vond het gewoon niet leuk en ze leerde er naar eigen zeggen ook niets van. Op school had ze ook al simulaties gedaan, ‘nou gatsiedarrie!!’ Altijd een lastig dilemma.Aan de ene kant: we zijn volwassenen onder elkaar en als iemand niet wil oefenen, dan gebeurt dat niet. Dat is vrij simpel. Maar het schept vaak wel een sfeer van "o, het hoeft niet" in een groep en als je niet oppast, oefent er niemand meer, en zakt de groepsenergie tot ongekende diepte. Soms mailen mensen van tevoren, dat ze echt niet willen oefenen en geven daar hun redenen bij. Dat vind ik veel gemakkelijker. Ik kan de betreffende persoon dan terugmailen en ook vragen wat er wel mogelijk is, en het groepsproces kan ongestoord doorgaan. Maar nu, in een volle groep, kan dat niet. Ik heb ervoor gekozen om meteen aan te geven dat ze niet hoeft te oefenen. Dat brengt rust in deze spraakwaterval en daarmee in de groep. Daarna gaf ik aan dat oefenen altijd spannend is, en dat het daarom heel erg belangrijk is dat we met elkaar voor veiligheid zorgen. Dat betekent praktisch gezien, noem de dingen die je mooi, inspirerend en helder vond. En dan laten we daarna de professionals de tips formuleren. Wat hier de reden voor is, beschreef ik al eerder: de professional kan beter aansluiten op de leervraag van de deelnemer, is beter in staat om genuanceerd te formuleren, heeft meerdere methoden van teruggeven tot de beschikking, en houdt ook rekening met gevoeligheden van de deelnemer. Bovendien kan de professional de tips koppelen aan de theorie.

Als er iemand is die niet wil oefenen, is er nog een ander gevaar: die persoon haakt vaak een beetje af. Dat heb ik opgelost door deze dame te vragen een andere deelnemer in het voorgesprek te ondersteunen, door samen te bedenken hoe ze het gesprek zouden kunnen vorm geven, welke valkuilen er wellicht zijn. Dit zorgt er voor dat ze met verdubbelde aandacht naar de simulatie zal kijken, en ook niet gemakkelijk zal roepen dat het allemaal veel beter moet, ze heeft er zelf immers over meegedacht!

0
0
0
s2sdefault

de beste stuurlui....

In een groep vrijwilligers verleidde ik wat deelnemers om met mij een simulatie te doen,terwijl het eigenlijk geen training was. Het voorbeeld was  in gesprek gaan met iemand met klachten. Na afloop vroeg ik de groep om aan de dappere deelnemer terug te geven wat ze mooi vonden. Steevast was er iemand die meteen riep: “dit was slecht!!” Ik legde uit:”het is best wel spannend om voor een hele groep een simulatie te doen. Niemand hier is er op voorbereid. Bovendien is het altijd veel gemakkelijker om te bedenken wat je zou kunnen doen, als je niet in het gesprek zelf zit. Daarom vind ik het belangrijk om te kijken naar wat er goed ging. Ik zal zelf aan het eind vertellen wat er nog beter kan” ( en ik vertelde er niet bij dat ik dit zelf doe, omdat ik dit genuanceerder breng dan de meeste deelnemers, zonder afbreuk te doen aan de betreffende deelnemer) In de groep waar ik nu over spreek, was er een hardnekkige deelnemer die elke keer met aanmerkingen bleef komen, en vond dat zijn collega’s het allemaal helemaal verkeerd aanpakten. Tot ik op een gegeven moment zei: “ doe jij dan eens in de simulatie hoe jij denkt dat het moet?” En deze deelnemer volledig door de mand viel. In het gesprek waarin ik een klacht verwoordde was zijn verweer: “ met jou praat ik niet hoor, ga jij maar naar buiten” Na afloop praatte hij zijn gedrag als volgt goed: “ ja, ik ben nu eenmaal graag advocaat van de duivel” Ik heb maar niet aan de groep gevraagd wat ze positief vonden aan deze benadering. Zo zie je maar weer: de beste stuurlui staan aan wal.

0
0
0
s2sdefault