Web
Analytics

Tip 5 tot en met 8 in het stellen van grenzen

Tip 5

Als je alle vorige stappen hebt gezet, kun je feedback geven. Dat valt nog niet altijd mee. Hier is een vrij simpel stappenplan, dat je kunt volgen. Het stappenplan wordt wel “ de Vier G’s” genoemd.

G: gedrag. Beschrijf het gedrag FEITELIJK. Dus niet: “je bent altijd te laat” , maar “ je bent deze week drie keer na de aanvangstijd onze bespreking binnen gekomen”

G: Gevoel. Vertel wat je erbij voelt. Het is fijn dat je dit loskoppelt van het feitelijke gedrag, omdat degene aan wie je feedback geeft dit als minder aanvallend zal ervaren. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je zegt: “ ik voel me dan niet serieus genomen”

G: Gevolg. Vertel wat het gevolg is van je gevoel. Als je je niet serieus genomen voelt, kan het gevolg bijvoorbeeld zijn dat het onderwerp van de bespreking door jou alleen wordt beslist, omdat je het niet wilt delen met degene die je feedback geeft.

G: Gewenst gedrag. Vertel wat je graag zou willen. Bijv. “ ik zou het fijn vinden als we op tijd konden beginnen.

De ander heeft wellicht ook een verhaal wat de redenen zijn achter zijn gedrag. Dus geef hem of haar ook de ruimte om zijn verhaal te doen. In principe is de afspraak al wederzijds gemaakt in de eerste cirkel van aanspreken. Maar er kan natuurlijk altijd een zwaarwegende reden zijn, waarom iemand tijdelijk niet aan de afspraak kan voldoen.

Tip 6.

Je kunt de tweede en derde G ook omdraaien. Als je wat rationeler bent ingesteld, of als het onderwerp zich daar beter toe leent, kan het handig zijn om eerst het Gevolg te benoemen, en dan het gevoel dat het jou geeft. In dat geval kan de feedback er als volgt uitzien:

Gedrag nog steeds beginnen met het feitelijke gedrag te beschrijven.

Gevolg Bijvoorbeeld “ als je te laat binnenkomt, hebben we niet genoeg tijd om alle punten te bespreken/ we lopen uit"

Gevoel. In dit geval beschrijf je het gevoel dat je krijgt als niet alle punten worden besproken, of als de bespreking uitloopt.

Gewenst gedrag.

Tip 7

Als je afspraken hebt gemaakt, en je hebt( meerdere malen) feedback gegeven als die afspraken worden geschonden, dan heb je nog een mogelijkheid. Dat is de laatste cirkel van aanspreken: Confronteren.

Bij confronteren gebruik je hetzelfde stappenplan als bij feedback, en je voegt daar een aantal dingen aan toe.

  1. Je vertelt dat je hier al 1/2/3* keer feedback over hebt gegeven. Dit doe je bij het beschrijven van de eerste G. *Vul het getal in dat van toepassing is.
  2. Je vertelt de consequentie van dit gedrag, als het nog een keer voorkomt. Dat kan in dit voorbeeld zijn;” ik stop met onze besprekingen.” In ernstige gevallen kan het ook leiden tot ontslag.

Mocht dit nog niet werken, dan volgt hierna een slecht nieuws gesprek. ( Daarover een andere keer in dit blog)

Tip 8

Let op je houding en je mimiek bij het geven van feedback. Het komt vaak voor dat de inhoud van de boodschap teniet wordt gedaan, doordat de feedback met een grote glimlach wordt gebracht, of met terneergeslagen ogen oid. Je straalt dan uit dat het allemaal wel meevalt. Dat wil je voorkomen. Je brengt deze ( cyclus aan) boodschap(pen), omdat je wilt dat er iets verbeterd. Als je dat zelf serieus neemt, zal de ander dat ook doen.

0
0
0
s2sdefault

Acht Tips voor het stellen van Grenzen

De Cirkels van Aanspreken.

Tip 1:

Voor je grenzen gaat stellen, is het belangrijk dat je eerst een aantal stappen hebt gezet. Dat zijn de cirkels van aanspreken. Je begint met het maken van een afspraak. Dat is de eerste ( blauwe) cirkel. Deze cirkel is heel erg belangrijk, want je kunt mensen niet aanspreken op gedrag als de regels niet duidelijk zijn. Dus hier zul je mee moeten beginnen. Er blijkt vaak dat sommige regels bekend worden verondersteld, maar dat dat duidelijk uitspreken nog veel winst kan opleveren. Een afspraak is iets heel anders dan een opdracht! Bij een opdracht is er geen sprake van wederzijds goedvinden. Bij een afspraak wel.

Tip 2:

Het woord “ transparantie” staat niet voor niets in de eerste cirkel. Wees duidelijk over wat je wilt en vraag of jij en je gesprekspartners het daarover eens zijn. De volgorde is dan: Uitspreken --> Bespreken --> Afspreken (evt later aanspreken )                                            

Een voorbeeld: ik werkte met een groep activiteitenbegeleiders die veel voor hun cliënten over had. In het begeleiden van de activiteiten vonden ze lastig:

*1 Constant negatieve beoordelingen/commentaar hebben van cliënten                                                

*2 door elkaar praten

Hier heb ik hen een duidelijke afspraak bij laten formuleren. ( Cirkel 1)Dit kost de nodige moeite! Mensen zijn snel geneigd om het te algemeen te laten, of juist te wollig taalgebruik te hanteren. Ook is het lastig hoe stevig je het neer moet zetten. Hier hebben we ook naar gekeken. Sommigen kwamen meteen terecht in verwijten, terwijl het hier gaat om een droge afspraak. Na goed doorvragen, en wat sturen, kwamen daar de volgende afspraken uit:

*1 We benaderen elkaar met respect en laten iedereen in zijn of haar waarde.                          

*2 We praten NA elkaar.

Tip 3:

Niet voor niets is de tweede cirkel, de groene: complimenten, positieve aandacht geven.   Dat wat je aandacht geeft, groeit. Mensen reageren positief op positieve bekrachtiging. Let goed op hoe je een compliment geeft. (Voor je het weet is het verkapte kritiek namelijk!) Een compliment is feitelijk, persoonlijk en raak. Dus niet: “goed gedaan joh!” Maar: “je hebt het rapport over XYZ duidelijk en to the point geschreven. Het was ook binnen de deadline klaar. Ik heb er veel in gelezen dat ik nog niet wist. Het was dus echt van meerwaarde voor mij. Dank je wel”

Tip 4:

De eerste stap bij het stellen van een grens is het geven van feedback. Ook feedback houd je heel feitelijk, net als de complimenten die je geeft. Timing is hierbij van belang. Als je te lang wacht ben je misschien echt boos en kun je niet rustig meer zijn.

De rest van de tips over het geven van feedback en confronteren in het volgende blog.

0
0
0
s2sdefault