Web
Analytics

Een hele puzzel, een slecht nieuwsgesprek

Als trainer en begeleider van zorgmedewerkers in de ouderenzorg, begeleid ik gesprekken met bewoners. De zorgmedewerker heeft een training van mij gehad, waarin zaken als LSD (luisteren, samenvatten en doorvragen) en het loslaten van aannames aan de orde zijn gekomen.

Vandaag een gesprek met zorgmedewerker D. Ze vroeg me om hulp, omdat het hier om een slecht-nieuws gesprek gaat. Mevrouw W. is in eerste intantie op tijdelijke basis naar het woon-zorgcentrum gekomen. Maar haar conditie laat niet toe dat ze weer naar huis gaat: ze kan niet alleen uit bed komen, kan niet alleen naar het toilet. Ze zit in een rolstoel en heeft bij alle dagelijkse activiteiten hulp nodig. Ook is ze dementerend.

D en ik gaan bij mevrouw W naar binnen en D wil graag het woord voeren. Wat me meteen opvalt, is hoe liefdevol en warm D is naar mevrouw W. Ze vindt het echt lastig deze boodschap te moeten brengen en dat is de reden dat ze heel erg veel woorden gebruikt, en steeds blijft uitleggen waarom het echt nodig is dat mevrouw W in een verzorgingshuis blijft. Mevrouw W. komt daarom bijna niet aan bod in het gesprek. Omdat ze ook nogal traag reageert, is het voor D. lastig om het uit te houden met haar eigen gevoelens van onmacht. D. zegt: “ u gaat steeds achteruit, we moeten u bij alles helpen, u kunt niet meer naar huis, want u gaat achteruit. Dan moeten we u bij alles helpen. Daarom kunt u niet meer naar huis, en moet u beslissen in welk verzorgingshuis u wilt wonen.” Dit alles op warme en liefdevolle toon. Het nadeel is dat “ u gaat achteruit” een belofte voor de toekomst lijkt in te houden, waar mevrouw W. het in ieder geval niet mee eens is. Het is dan ook niet zo’n prettige belofte! Ze lijkt lang na te denken voor ze antwoord geeft. Het lijkt langer te duren voor het binnen komt. Ze geeft aan dat ze denkt dat het nog wel beter kan gaan. Dat ze haar huis niet zomaar op kan geven. “ ik wil mijn gezicht nog bij mijn koor laten zien” In alle goede bedoelingen gaat D een beetje te hard. Zij ziet als professional al eerder wat er aan de hand is, dan mevrouw W kan. Dit bespreken we na afloop van het gesprek. De tip die ik geef is om kortere zinnen te maken. Met 1 onderwerp per zin. Om rustig en geduldig te wachten tot mevrouw W een antwoord geformuleerd heeft. Ook praat ik met D. over haar eigen ongemak en nare gevoelens: ze vind het heel erg naar om deze boodscahp te moeten brengen. Ze heeft met mevrouw W te doen. Eigenlijk is dat iets heel moois! Ik vraag haar of ze het kan uithouden met deze gevoelens. Want dat maakt haar een geweldige verzorgende! Het kan dan echter ook doorslaan, waardoor mevrouw niet meer aan haar eigen rouw toekomt. We spreken een tijd af dat we nog een keer naar mevrouw W gaan

Voor we gaan doe ik onderzoek naar woon-zorg centra die voor mevrouw W geschikt zouden kunnen zijn. Ze is altijd actief lid geweest van een kerk: en ik zoek een woon-zorgcentrum in die buurt, ze heeft familie in een andere stad, ook daar vind ik een woonzorgcentrum. Tenslotte zoek ik een woon-zorg centrum met een zwembad, omdat ze hier vroeger veel plezier in had. Nog een reden om goede gesprekken met bewoners te voeren: dit geeft informatie voor betere en gerichtere zorg.

Bij het volgende gesprek neemt D. de volgende tips van mij mee:

  • Korte zinnen, duidelijke boodschap: u kunt niet meer terug naar huis
  • Wachten op reactie.
  • Ingaan op reactie met een warm hart. Dit is heel goed aan D besteed. Eventueel met argumenten komen als mevrouw W daarom vraagt.
  • Aangeven welke alternatieven er zijn.
  • Stoppen als je aanvoelt dat het genoeg is voor mevrouw W.

D. heeft ook nog bedacht dat het handig is om een familielid van mevrouw W aan de telefoon te vragen, zodat zij een bekende stem hoort.

Het gesprek gaat veel beter. Mevrouw W begrijpt beter waar het om gaat, al is ze het er nog niet helemaal mee eens. Het is logisch dat ze niet meteen akkoord gaat, dit gaat voor haar heel snel.

Tenslotte komt er een gesprek waarin constructieve afspraken worden gemaakt. Mevrouw W kiest het woonzorg centrum in de buurt van haar kerk. D. heeft met veel geduld en warmte mevrouw W begeleid in het denkproces.

0
0
0
s2sdefault

Mevrouw K.

Het woon-zorg centrum waar ik als trainer aan verbonden ben, heeft al ver voor de overheidsmaatregelen de deuren voor bezoek gesloten. Daarnaast gaan activiteiten in het huis niet door, en is het restaurant dicht. De bewoners zitten noodgedwongen veel meer op hun kamer. Vlak voor de uitbraak van de corona crisis heb ik de medewerkers een training “ betekenisvolle gesprekken” gegeven, waardoor ze hun bewoners nog beter leren kennen. In deze periode is het extra waardevol om tijd uit te trekken om samen met een zorgmedewerker een diepgaand gesprek met bewoners te hebben. De bewoners stellen deze extra gesprekken, naast videobellen en filmpjes en kleine activiteiten in de gangen en huiskamers, enorm op prijs. In de komende blogs zal ik geanonimiseerd een paar gesprekken weergeven.

Met zorgmedewerker C bij mevrouw K.

Ik vraag C. waarom ze mevrouw K kiest. C: ’ik heb een klik met mevrouw K, hoewel ze zeker niet de makkelijkste is. Ze kan nog wel eens drama maken, als het niet gaat zoals zij wil.’ We praten hier over door en ik concludeer dat mevrouw K. heel duidelijk haar grenzen aangeeft. Misschien kunnen we uit het gesprek halen waar dit vandaan komt. Ik geef aan dat dit niet het hoofddoel is, maar we kunnen het in ons achterhoofd houden. Het gesprek start deze keer met het kijken in het fotoboek naar de trouwfoto’s. Mevrouw K. vertelt dat ze met haar man een jaar naar het buitenland is gegaan, en dat ze daar met alle egards behandeld werd. Bij mij gaat er een lampje branden en ik vraag: ‘vindt u het belangrijk, dat u een bepaalde status heeft?’ Meteen gaat ze rechterop zitten en zegt: ‘ jazeker! Ik ben daar ook in mijn leven naar op zoek geweest’ en geeft een aantal voorbeelden. Dit geeft mij en de zorg al wat meer inzicht in wat voor haar belangrijk is. Het gesprek gaat verder en komt na enige tijd op een aangetrouwd familielid. Deze man woonde in het buitenland, maar kwam regelmatig met zijn vrouw op bezoek in Nederland en kroop dan bij mevrouw K. in bed. We zijn al bijna een uur in gesprek, maar voor het eerst valt een daverende stilte in de kamer. C vraagt na enige tijd: ‘vond u dat prettig?’ en mevrouw K. antwoordt dat ze daar onbehaaglijk van werd. Het gesprek is ten einde, voor nu. Maar C.  en ik besluiten dat het voor de zorg belangrijk is om meer te weten van deze situatie en hoe mevrouw K dit ervaren heeft. Ik bespreek met C. het verschil tussen open en gesloten vragen: ‘vond u dat prettig?’ is een gesloten vraag. Het was heel goed dat C. op dit onderwerp doorvroeg. Nog beter zou zijn geweest : ’wat vond u daarvan?’ Mevrouw K. vond het geweldig dat we zoveel tijd hebben genomen voor een gesprek met haar. Wij vonden het geweldig dat ze zo open was en dat deze informatie om meer vraagt, maar ook inzicht geeft in mevrouw K en daarmee in de zorg die het beste bij haar past.

 

0
0
0
s2sdefault