Ja maar, mag dat nou wel of niet??

Tijdens trainingen en werkbegeleiding loop ik vaak tegen het volgende aan: de deelnemer is in gesprek met een klant/cliënt/medewerker/leidinggevende met een klacht of feedback. Dat is voor veel mensen al behoorlijk lastig, omdat ze vaak het idee hebben dat ze persoonlijk worden aangevallen.

Een gesprek zou dan als volgt kunnen lopen:

  • ik zit de hele tijd op dat stuk te wachten en de deadline is al verlopen. Ik krijg daar stress van.
  • Ja dat snap ik, maar daar kan ik niets aan doen. Ik zat weer op Johan te wachten en die is altijd zo laat!

De eerste voelt zich zeer waarschijnlijk niet begrepen. En dat zit 'm in de taal. Deelnemers zeggen dan: ik heb toch gezegd dat ik het begrijp?? Dat is zo. Door die maar veeg je datgene dat je daarvoor hebt gezegd van tafel. In het Engels wordt dan wel gezegd ‘everything before the but is bullshit’ We spreken dus heel vaak over het vermijden van het woord maar.                                 De tip is dan: blijf wat langer hangen bij het begrijpen van de ander, en het oplossen van het probleem komt als de ander zich gehoord voelt.

Het is nogal hardnekkig, dat ja maar. Dat roept bij mij de impuls op om tegen deelnemers te zeggen “nooit doen!” Toch zijn er ook momenten dat ja, maar wel goed is.

Als je een grens wilt stellen in een gesprek, kan het een heel handige manier zijn om de deur naar de ander nog open te houden. Het komt af en toe voor dat een ander zich woorden permitteert, die je niet over je kant hoeft te laten gaan. Ik denk hierbij aan sterke scheldwoorden, of persoonlijke aanhoudende beschuldigingen. Bijvoorbeeld; je bent een lui varken, die nooit wat uitvreet. Waarschijnlijk komt deze manier van praten uit frustratie voort. De frustratie is iets waar je wat mee wilt, en je wilt dan de relatie met de ander zo goed mogelijk houden. Dat lukt echter niet als de ander je grens over gaat, door zulk grof taalgebruik. Een grens stellen is dan belangrijk. Een handige manier om dat te doen is door het gebruik van ja maar: (ja) Ik wil graag met je praten, maar ik heb er bezwaar tegen dat u mij een lui varken noemt.

Op deze manier geef je de ander de mogelijkheid om zijn manier van spreken aan te passen en toch in gesprek te blijven. Vaak lukt dit, hoewel het vaak een beetje getrapt gaat. Van iemand die op nivo 10 boos is, kun je niet verwachten dat hij in één stap naar 0 zakt.

Heel soms lukt het niet, en dan kun je je grens herhalen en het gesprek afbreken om het op een ander moment voort te zetten.

Dus ja, maar. Vaak niet heel handig, maar soms wel!

 

grens.toeteren

Mevrouw M. vertelt:

Ik ben geboren in 1933 in S. Mijn vader was rijk en was ook geboren in S. Mijn moeder is geboren in Heidelberg in Duitsland. Ook zij kwam uit een rijke familie.

Ik geef zelf niet om rijkdom en heb een hekel aan arrogante mensen. Je moet tegen iedereen aardig doen.

In de oorlog was het wel een probleem dat mijn moeder Duits was, want ik mocht toen niet bij vriendinnetjes spelen. Ik heb wel op school gezeten, maar ik kon niet goed leren.

Ik heb later in een winkel gewerkt, maar mijn toenmalige verloofde vond dat niet goed genoeg en toen heeft hij een baan als typiste voor me geregeld op kantoor. Die verloofde was een moeilijke man en daar ben ik niet mee getrouwd. 

Mijn man heb ik leren kennen op dansles. Ik wilde daar helemaal niet heen, maar omdat mijn vriendin aandrong ben ik er toch heengegaan en zodoende heb ik mijn man leren kennen.         Ik kreeg twee zoons met hem. Mijn man heeft miniatuur-huisjes gemaakt. Hij was enorm handig. Ook hij was niet makkelijk: hij duldde geen tegenspraak. Dus ik zei niets.

Mijn oudste zoon is naar Nieuw Zeeland verhuisd. Hij vond de hondenpoep hier zo vies en dat is een heel schoon land. Hij woont er al 33 jaar.

Mijn andere zoon woont hier vlakbij. Ik heb nog 2 kleinzoons, kijk daar hangt een foto. Maar op die foto is het nog een jongetje en hij is nu al 23, maar hij lacht altijd.

Ik heb ook beroemde familie. Daar is nog een boek over geschreven. In 18-zoveel heeft een overovergrootvader van mij mensen gered uit zee. Daar is hij zelf bij om het leven gekomen.          Hier is een boek met een stamboom van gemaakt. Kijk, ik laat hier de foto’s zien. Zie je wel: hier sta ik op mijn trouwdag. Knap was ik he?

Ik heb het hier erg naar mijn zin. Maar ik ben wel verlegen. De verzorging is netjes en vriendelijk en precies. Ik hou van dit soort gesprekken, daar knap ik enorm van op.