Meneer Z.

Hij vertelt: ik ben geboren in 1938, en ik kwam in een gezin met 11 kinderen. Mijn vader werkte bij de trammaatschappij. We hadden het niet breed. Ik ben niet gelovig,maar ik ben wel gedoopt. Mijn moeder kreeg bij het dopen toentertijd fl 2,50. Dat was toen veel geld. Ook kregen we na de oorlog allemaal kaki-kleurige kleding. Dan wist je van elkaar meteen: o, die heeft de kleding ook van de bijstand! Ik ben toen ik 18 was in militaire dienst geweest en heb op twee verschillende plaatsen in Nederland gezeten. Daarna heb ik 43 jaar bij de gemeente als stratenmaker gewerkt. We gingen om half acht beginnen, maar dan eerst maar eens koffie drinken. We hadden veel pauze. Ik was in aan het werk en op een dag zag ik de koningin met haar chauffeur over de stoep rijden. Ik heb daar wat van gezegd. Ja, het kunnen wel dure mensen zijn, maar voor mij is dat allemaal hetzelfde hoor! Iedereen moet naar de wc, en ik vind het geen stijl dat zij wel over de stoep mag rijden en ik niet! Toen heb ik ook nog een brief van Beatrix gehad. Dat was wel lachen he?! Daar heb ik met mijn maten heel veel plezier om gehad, en ik was natuurlijk meteen de bink op mijn werk.

Ik leerde mijn vrouw kennen toen zij bij een kapper werkte. Ik vond dat een knappe dame! En we zijn getrouwd, we zijn nu 60 jaar getrouwd, maar zij is agressief geworden en de buren gingen klagen. Zelf heb ik een hersenbloeding gekregen, maar ik ben er wel goed uitgekomen. Maar in ieder geval: nu zit ik hier en zij zit nog thuis. Ik heb 3 kinderen en 4 kleinkinderen.

Meneer Z. maakt veel grapjes en zegt vaak ‘ ken je dat?’ of ‘weet je dat?’ Bijvoorbeeld toen hij het over Haile Selassi had, en hij knikte tevreden toen ik wist dat dat een keizer was van Ethiopië.

0
0
0
s2sdefault

Na de vakantie....

Na de vakantie kom ik wvoor het eerst sinds een paar weken weer in de ouderenzorg, waar ik als trainer werk. Ik hoor dat er in de tussentijd drie mensen zijn overleden, meneer K, mevrouw V en mevrouw W. Hoewel het om erg oude mensen gaat, is het toch altijd naar om te horen. Mevrouw W. kende ik alleen van gezicht, ze was er nog niet zo lang.

Meneer K was een vriendelijke man, die erg van lezen hield. Hij had altijd een pak aan en keurige schoenen. Zijn boek nam hij overal mee naartoe en kon lekker zitten lezen, in het restaurant met een kopje koffie. Hij vond het erg leuk dat ik ook van lezen hield. En hij las geen flauwe boeken: allemaal litteratuur. Toen corona uitbrak, sloot het restaurant. Meneer K. was zijn lopie kwijt. Het was heel naar voor hem. Hij liep nu veel over de afdeling en begreep ook niet helemaal waarom dat restaurant maar niet openging. Voor hem, net als voor veel andere bewoners, was de corona-tijd een zware, ook al heeft hij de ziekte zelf nooit gehad. Het deed mentaal wat met hem, dat zijn gewone routine doorbroken werd.

Mevrouw V was een pittige tante. “Ze is ver in haar dementie’, zei de zorgmedewerker, ik vond dat een mooie uitdrukking. Ze liep graag met meerdere rollators. Ze nam dan haar eigen en pakte er onderweg ook één van een andere bewoner mee. Dat was natuurlijk heel lastig. De wielen raakten elkaar en daar werd ze dan boos van. Ze stond zelf niet zo stevig, maar haar karakter was dat wel. Als ze boos werd, kon ze opeens gaan slaan. Ik heb ook wel eens een tand door mijn lip gehad, door een onverwachte actie van mevrouw V. Ze stond in de lift en dacht dat het de wc was. Ik hield de liftdeur voor haar open, en vroeg haar mee te lopen, zodat ik haar naar de wc kon begeleiden. Dat pakte niet goed uit: ik had opeens een knal te pakken. Dan is het goed om te weten dat iemand “ ver in haar dementie” is.

Nu zijn deze mensen er niet meer. Hopelijk hebben ze rust en vrede, ook zonder boeken en rollators.

0
0
0
s2sdefault