Meneer K.

Meneer K

Het gesprek begint heel warrig als meneer K. zegt dat er een fiets in de kamer staat en dat hij naar huis in de Stationsstraat moet. Zorgmedewerker D leidt hem handig af door te vragen naar zijn vrouw. Meneer K heeft in Indonesie gewoond en daar zijn vrouw ontmoet. Hij vertelde dat hij haar vastpakte en nooooooit meer heeft losgelaten. Hij legt zijn hand op zijn hart. Hij heeft geen kinderen gekregen en dat vind hij heel jammer. Hij is electricien geweest en er kwamen op een gegeven moment draadjes die door te trillen naar de juiste plek “kropen”

Meneer had geen broers of zussen. Zijn vader was.... ( hij schudt zijn vuist en zegt hard: nou, je weet het wel!!) en hij was slager. Meneer moest een keer meehelpen om een dier dood te maken. Dat vond hij niet fijn en hij wilde geen slager worden. Hij had hier misschien nog meer over willen vertellen. Tussendoor zei hij een paar keer dat niemand in huis ooit zo veel aan hem had gevraagd als zorgmedewerker D. D vroeg: “ vindt u dat vervelend?” . Dat is een suggestieve vraag. Een open vraag zou zijn ‘wat vindt u daarvan?’

Maar meneer K was juist erg te spreken over alle aandacht. Hij was zelfs zo blij en geconcentreerd dat hij het gesprek niet wilde onderbreken om naar het toilet te gaan. Omdat hij een inco draagt, hoeft dat ook niet per se. Maar hij meldde op een gegeven moment wel: ‘ik zit zo intens te praten, dat ik in mijn broek heb geplast.’

 

Meneer Z.

Hij vertelt: ik ben geboren in 1938, en ik kwam in een gezin met 11 kinderen. Mijn vader werkte bij de trammaatschappij. We hadden het niet breed. Ik ben niet gelovig,maar ik ben wel gedoopt. Mijn moeder kreeg bij het dopen toentertijd fl 2,50. Dat was toen veel geld. Ook kregen we na de oorlog allemaal kaki-kleurige kleding. Dan wist je van elkaar meteen: o, die heeft de kleding ook van de bijstand! Ik ben toen ik 18 was in militaire dienst geweest en heb op twee verschillende plaatsen in Nederland gezeten. Daarna heb ik 43 jaar bij de gemeente als stratenmaker gewerkt. We gingen om half acht beginnen, maar dan eerst maar eens koffie drinken. We hadden veel pauze. Ik was in aan het werk en op een dag zag ik de koningin met haar chauffeur over de stoep rijden. Ik heb daar wat van gezegd. Ja, het kunnen wel dure mensen zijn, maar voor mij is dat allemaal hetzelfde hoor! Iedereen moet naar de wc, en ik vind het geen stijl dat zij wel over de stoep mag rijden en ik niet! Toen heb ik ook nog een brief van Beatrix gehad. Dat was wel lachen he?! Daar heb ik met mijn maten heel veel plezier om gehad, en ik was natuurlijk meteen de bink op mijn werk.

Ik leerde mijn vrouw kennen toen zij bij een kapper werkte. Ik vond dat een knappe dame! En we zijn getrouwd, we zijn nu 60 jaar getrouwd, maar zij is agressief geworden en de buren gingen klagen. Zelf heb ik een hersenbloeding gekregen, maar ik ben er wel goed uitgekomen. Maar in ieder geval: nu zit ik hier en zij zit nog thuis. Ik heb 3 kinderen en 4 kleinkinderen.

Meneer Z. maakt veel grapjes en zegt vaak ‘ ken je dat?’ of ‘weet je dat?’ Bijvoorbeeld toen hij het over Haile Selassi had, en hij knikte tevreden toen ik wist dat dat een keizer was van Ethiopië.